Vorige week was een mooie week, met voor mij als hoogtepunt het interview met prof. dr. ir. Maarten Steinbuch, High Tech Systems-expert. Het gesprek ging met name over (de misverstanden rond) elektrisch vervoer, de energietransitie en hoe belangrijk je eigen principes zijn in de wetenschap.
Energie en vermogen los van elkaar zien
Mijn eerste vraag was welke misverstanden er volgens Steinbuch leven rond de transitie naar duurzaam transport. Hij gaf aan dat het belangrijk is om energie en vermogen in deze discussie los te trekken. Pas dan zie je dat massaal elektrisch rijden in ons land goed mogelijk is.
Elektrische auto's (als er straks 8 miljoen zijn in 2045) zorgen voor slechts 20% toename ten opzichte van de huidige totale jaarlijkse elektriciteitsvraag in Nederland. Dit is de energie die er nodig is. Vermogen geeft aan hoeveel energie er op een bepaald moment nodig is — en via software in onze auto's, telefoons en laadpalen kunnen we dat heel goed regelen.
Waterstof versus batterijen
Ik vroeg hem vervolgens hoe hij kijkt naar de inzet van waterstof als energiedrager voor voertuigen. Batterijen zijn volgens hem drie keer efficiënter. Er gaat veel energie verloren bij het maken en weer gebruiken van waterstof: bij elektrische auto's gaat ongeveer 90% van de elektriciteit direct naar de wielen, bij waterstofauto's zakt dat via verschillende conversies terug naar ongeveer 30%.
Dat betekent niet dat waterstof nergens nuttig is. Voor zwaar transport, scheepvaart, vliegverkeer en industriële processen kan waterstof wel degelijk een belangrijke rol spelen. Het gaat erom de juiste technologie voor de juiste toepassing te gebruiken.
De rol van de industrie
Steinbuch ergert zich aan de reclames van bepaalde bedrijven uit de fossiele-brandstoffenbranche die continu waterstof voor personenauto's promoten. Industriële belangen zorgen soms voor verwarring rond deze technologieën: waterstof past binnen de bestaande infrastructuur en het businessmodel van oliemaatschappijen, terwijl elektrisch rijden hun traditionele rol minder nodig maakt.
Het interview was verhelderend en toonde aan hoe belangrijk het is om technologische keuzes te baseren op wetenschappelijke feiten in plaats van op marketing of wishful thinking.